AA-Lonen  Loonadministratie

Minimum bruto uurloon januari 2019

 

Leeftijd

36 u/week

38 u/week

40 u/week

 

Per Maand

22

10,36

9,82

9,33

        

1.615,80

21

8,81

8,35

7,93

 

1.373,45

20

7,26

6,87

6,53

 

1.131,05

19

5,70

5,40

5,13

 

888,70

18

4,93

4,67

4,43

 

767,50

17

4,10

3,88

3,69

 

638,25

16

3,58

3,39

3,22

 

557,45

15

3,11

2,95

2,80

 

484,75

Nieuwsbrief 2019
download

AVG wetgeving vanaf 25 mei 2018

Vanaf 25 mei 2018 is de nieuwe wetgeving omtrent de privacy van kracht gegaan, AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) genoemd. Dit betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU).
 
U, als werkgever, dient een verwerkersovereenkomst aan te gaan met o.a. uw salaris- en personeelsadministratiekantoor, AA-Lonen in uw geval. Wij werken immers met de meest privacy gevoelige gegevens. Een en ander moet vastgelegd worden in een overeenkomst; hoe de gegevens verwerkt worden, hoe ze opgeslagen worden, de duur van het bewaren, meldplicht datalekken, etc..
 
Nu snappen wij dat u niet zomaar een overeenkomst klaar heeft liggen en daarom heeft AA-Lonen samen met een juriste, Mr. M. van der Velde, een overeenkomst opgesteld toegespitst op de loonadministratie.
 
Wij bieden deze overeenkomst aan voor een eenmalig bedrag van € 35,- excl. BTW. Voor dit bedrag heeft u in ieder geval uw loonadministratie en personeelszaken op orde i.v.m. de nieuwe wetgeving.

 

Nieuwe regels 2018.pdf
Download

Nieuwsbrief 2018.pdf
Download

Minimum lonen per 1 juli 2018 

LeeftijdPer maand36 u/week38 u/week40 u/week
221.594,2010,229,699,20
21

1.355,05

8,698,237,82
201.115,957,166,786,44
19876,805,635,335,06
18757,254,864,604,37
17629,704,043,833,64
16550,003,533,353,18
15478,253,072,912,76

 


Minimum (jeugd) loon per 1 juli 2017

Per 1 juli veranderen de regels voor het minimumloon. De leeftijd voor het 'volwassen' wettelijk minimumloon gaat vanaf 1 juli 2017 omlaag van 23 jaar naar 22 jaar. Tegelijkertijd gaat het minimumloon voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar (minimumjeugdloon) in stappen flink omhoog.

Wat verandert er?
Op 1 juli 2017 is de eerste stap gezet. De leeftijd waarop iemand het (volwassen) wettelijk minimumloon ontvangt gaat omlaag van 23 jaar naar 22 jaar. Stap 2 volgt per 1 januari 2019. Dan wordt dat 21 jaar.
Tegelijkertijd gaan per 1 juli 2017 de percentages van het wettelijk minimumloon voor 18, 19, 20 en 21 jaar omhoog. Per 1 januari 2019 gaan de minimumlonen voor 18, 19 en 20 jaar nog verder omhoog.

Let op: Deze verhoging van percentages geldt niet voor BBL leerlingen van 18, 19 en 20 jaar. Per 1 juli 2017 hebben zij volgens de wet alleen recht op de verhoging van de inflatiecorrectie van 0,89%.

Wat betekent dit voor u?
Concreet betekent dit dat medewerkers van 18 tot en met 22 jaar per 1 juli aanstaande een hoger wettelijk minimum(jeugd)loon ontvangen. Medewerkers van 18 jaar ontvangen 5 procent meer en medewerkers van 22 jaar gaan er tot 18 procent op vooruit.

Compensatieregeling lage-inkomensvoordeel
Door de stapsgewijze verhoging krijgen werkgevers te maken met hogere loonkosten. Met een compensatieregeling kunt u rekenen op een tegemoetkoming, het lage-inkomens voordeel (LIV). Deze regeling geldt al vanaf januari 2017 (zie hieronder) voor werknemers die een laag inkomen ontvangen (minimaal het loon voor een 23 jarige) en daar wordt nu de groep jeugd van 18 tot en met 21 jaar aan toegevoegd.
Indien u in aanmerking komt voor deze regeling ontvangt u automatisch de tegemoetkoming in de loop van 2018 van de Belastingdienst. U hoeft hier niets voor te doen.

Hieronder de nieuwe maand- en uurlonen voor een 36-, 38- of 40-urige werkweek, afhankelijk van de cao waar u onder valt. Indien er geen cao geldt dan is de 40 urige werkweek van toepassing.
 

Lage inkomensvoordeel (LIV)
Vanaf 1 januari 2017 kunt u een vergoeding krijgen om bijvoorbeeld langdurig werklozen of mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Door deze financiële bijdrage blijven de loonkosten laag voor werknemers die tussen 100-120% van het minimumloon (van een 23-jarige) verdienen. De Belastingdienst keert op basis van gegevens van UWV de vergoeding over 2017 aan u in 2018 automatisch uit. U hoeft zelf geen aanvraag in te dienen.

Voorwaarden voor lage-inkomensvoordeel (LIV)
Voor werkgevers die gebruik willen maken van het LIV geldt:

U krijgt per jaar maximaal € 2000 voordeel op de loonkosten per aangenomen werknemer. Dit geldt als de werknemer 40 uur per week werkt, 100-110% van het minimumloon (van een 23-jarige) verdient én dat jaar minstens 1.248 uur bij dezelfde werkgever werkt. De werknemer mag jonger zijn dan 23 jaar.

U krijgt per jaar maximaal € 1.000 voordeel op de loonkosten per aangenomen werknemer. Dit geldt als de werknemer 40 uur per week werkt, 110-120% van het minimumloon (van een 23-jarige) verdient én dat jaar minstens 1.248 uur bij dezelfde werkgever werkt. De werknemer mag jonger zijn dan 23 jaar.

Het loonkostenvoordeel wordt in verhouding (naar rato) berekend op basis van het aantal gewerkte uren per jaar.
Het percentage van het minimumloon wordt mogelijk verhoogd naar 125%. Hiervoor ligt een voorstel bij de Tweede Kamer.

Wat is de regeling piekarbeid?
In de regeling piekarbeid mag u een werknemer maximaal 8 aaneengesloten weken per jaar in dienst mag nemen voor het verrichten van werkzaamheden. Het moet dan gaan om seizoensgebonden, uitsluitend routinematige werkzaamheden die gerelateerd zijn aan oogst- en teeltwerkzaamheden (incl. be- en verwerkingen van de oogst) voor agrarische gewassen. Voorwaarde is wel dat u de piekarbeider uiterlijk op de 5e werkdag meldt bij BPL. Per werknemer mag de regeling piekarbeid éénmaal per kalenderjaar worden toegepast. Voor piekarbeiders geldt een vrijstelling voor de sectorfondsen (BPL en Colland Arbeidsmarkt).

Werkkostenregeling
Er is nog steeds veel onduidelijkheid over hoe de werkkostenregeling toe te passen. Belangrijk is om te toetsen of bepaalde vergoedingen/verstrekkingen juist wordt verwerkt.
In beginsel zijn alle vergoedingen en verstrekkingen belast tenzij deze door de werkgever aangewezen zijn als werkkosten en daarmee aangewezen worden als eindheffingsloon. De totaalsom van dit eindheffingsloon mag niet meer bedragen dan 1,2% van de fiscale loonsom op jaarbasis.
Als u bijvoorbeeld een niet-onderbouwde onkostenvergoeding of bovenmatige reiskosten wilt geven is dit in eerste instantie bruto loon. Maar u heeft een vrije ruimte van 1,2%. U mag deze onkostenvergoeding of bovenmatige reiskostenvergoeding daarin onbelast onderbrengen. Maar let op; deze vergoeding moet u vast leggen in het personeelsdossier, de arbeidsovereenkomst of het personeelshandboek. Doet u dit niet en u krijgt controle van de Belastingdienst dan is de kans groot dat de inspecteur u een naheffing oplegt. De onkostenvergoeding wordt dan als bruto loon gezien en moet u bruteren.

Bijtellingspercentages 2017
Voor auto's die vanaf 2017 op kenteken of naam worden gesteld kennen we 2 percentages:
4%   - 0 co2 uitstoot
22% - overige auto's

Ontslagrecht vanaf 1 juli 2015
Werknemers konden worden ontslagen via het UWV, de kantonrechter of met wederzijds goedvinden. Werkgevers konden kiezen welke route ze namen. Vanaf 1 juli 2015 is daar verandering in gekomen. Werkgevers kunnen niet meer zelf de ontslagroute kiezen. Zij gebruikten tot 1 juli vaak de ontslagroute via het UWV, omdat je daarbij meestal geen ontslagvergoeding verschuldigd bent. Nu kun je alleen naar het UWV voor ontslag om bedrijfseconomische redenen of bij twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Voor alle overige ontslagredenen loopt de ontslagprocedure via de kantonrechter, zoals bij verwijtbaar gedrag of een verstoorde arbeidsverhouding.
Ontslagaanvragen bij het UWV dienen vanaf juli 2015 binnen vier weken te worden afgehandeld. De toestemming voor ontslag via het UWV is vervolgens ook vier weken geldig. Bij ontslag via de kantonrechter dient de werkgever een verzoekschrift in. De behandeling ervan dient binnen vier weken te starten.
 
Transitievergoeding
De ontslagvergoeding is vervangen door een transitievergoeding. Iemand die na twee jaar dienst wordt ontslagen, heeft recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt jaar (1/6 per gewerkt half jaar). Vanaf het tiende jaar is dit een half maandsalaris per dienstjaar. Maximaal bedraagt de transitievergoeding 75.000 euro, of maximaal een jaarsalaris wanneer de werknemer meer dan 75.000 euro per jaar verdient. Van een transitievergoeding is geen sprake als het ontslag het gevolg is van wangedrag of nalaten door de werknemer of wanneer het initiatief van ontslag bij de werknemer zelf ligt. Ook niet als de werknemer jonger is dan 18 jaar en gemiddeld 12 uur of minder per week werkzaam was voor het bedrijf. Bovendien ontvangen werknemers mogelijk geen transitievergoeding bij een faillissement of schuldsanering van de werkgever.
De transitievergoeding geldt ook voor werknemers met een tijdelijk contract. Wilt u na 2 jaar dienstverband met een tijdelijk contract geen nieuw contract aanbieden? Dan bent u aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd van 2 keer een derde van het maandsalaris.
 
Wat verandert er voor tijdelijke arbeidscontracten zoals jaarcontracten of halfjaarcontracten?
Werknemers krijgen vanaf juli 2015 na drie tijdelijke contracten binnen twee jaar al recht op een vast contract. Als een werknemer meer dan zes maanden niet voor een werkgever heeft gewerkt, begint de ketenbepaling opnieuw. Dit betekent dat de werkgever dan weer opnieuw drie tijdelijke contracten kan geven binnen twee jaar. Voorheen was deze termijn drie maanden. Deze nieuwe ketenbepaling geldt voor arbeidsovereenkomsten die per 1 juli 2015 worden gesloten. Als u vóór 1 juli een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten die tijdens de looptijd de twee jaar overschrijdt, blijft de ‘oude’ termijn van drie jaar voor u van toepassing.
Op arbeidsovereenkomsten aangegaan op of na 1 juli 2015 wordt de nieuwe ketenregeling van toepassing. Als bij CAO wordt afgeweken van de nieuwe ketenregeling, dan blijft die afwijkingsmogelijkheid gelden tot de expiratiedatum van die CAO, maar maximaal tot 12 maanden na ingang van de nieuwe ketenregeling, dus tot uiterlijk 1 juli 2016.
De ketenbepaling wordt van kracht vanaf de dag waarop de werknemer 18 jaar wordt. De arbeidsovereenkomst die op dat moment loopt, telt als de eerste arbeidsovereenkomst voor de ketenregeling. De duur van het contract wordt berekend vanaf de dag dat de werknemer 18 jaar is geworden.

De Wet Werk en Zekerheid ingegaan op 1 januari 2015
De volgende maatregelen worden per 1 januari 2015 van kracht. Vanaf 1 juli 2015 zal de gehele wet in werking treden.

- Werknemers met een contract van zes maanden of langer moet u uiterlijk een maand van tevoren schriftelijk laten weten of u het contract gaat verlengen en zo ja, onder welke voorwaarden.

- U mag alleen een concurrentiebeding opnemen in een tijdelijk contract als dit noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen.

- U mag geen proeftijd meer opnemen in een tijdelijk contract van zes maanden of korter.

- De regels voor oproepkrachten worden strenger, de uitsluiting loondoorbetaling van oproepkrachten wordt beperkt.

Subsidieregeling praktijkleren
Werkgevers krijgen de definitieve subsidie achteraf uitgekeerd. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal aanvragen dat wordt ingediend en zal maximaal € 2.700,- per studiejaar bedragen. Via de website van
Agentschap NL kunt nakijken of uw onderneming voor subsidie in aanmerking komt. De afdrachtvermindering onderwijs op de periodiek af te dragen loonheffingen is hiermee komen te vervallen en loopt derhalve niet meer via de loonadministratie.

AA-Lonen    info@aa-lonen.nl